Citaat | Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 29 januari 2020
Onder 4.34 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 29 januari 2020
Een alinea uit Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 29 januari 2020, ECLI:NL:OGEAC:2020:23.
In dit verband merkt het Gerecht op dat het feit dat geen van de gehoorde leden van de RvC van de [bedrijsnaam 1] heeft verklaard over een speciaal beleid dat de [bedrijsnaam 1] zou voeren ten aanzien van local content, en dat RvC lid [lid 2 RvC ] verklaart een dergelijk beleid niet te kennen, bevestiging oplevert voor de juistheid van de vermoedens van de [getuige 2 en 3], dat wanneer [verdachte] met hen sprak over “local content” of daarover grapjes maakte met [medeverdachte1], hij in feite de smeergeldbetalingen aan [medeverdachte1] bedoelde. Dat vermoeden wordt eveneens bevestigd door de aangetroffen brief D-1295a, waarin [medeverdachte1] in opdracht van [verdachte] aan [getuige 4] verzoekt een brief te schrijven waarin hij de zeven in de tenlastelegging genoemde lokale onderaannemers bedankt voor hun werkzaamheden voor [bedrijfsnaam 9], terwijl zij die werkzaamheden in werkelijkheid niet hadden verricht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42eb3527ebeb3d0f6178285dcc40aa7e9334c9112c8d4847e64fc74aea787cb1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42eb3527ebeb3d0f6178285dcc40aa7e9334c9112c8d4847e64fc74aea787cb1, en de alinea staat in dat document op bytes 149998 tot 150953.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/42eb3527ebeb3d0f6178285dcc40aa7e9334c9112c8d4847e64fc74aea787cb1 | shasum -a 256