Citaat | Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 30 mei 2022

Onder 4.4. Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 30 mei 2022

Een alinea uit Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 30 mei 2022, ECLI:NL:OGEAC:2022:180.

Bij de beoordeling van de vraag of de cessie-akten rechtsgeldig zijn, stelt het gerecht voorop dat de identiteit van [naam 4], [naam 5] en [naam 6] die stellen een vordering op Usoftgaming te hebben tussen partijen niet ter discussie staat. Hun identiteit is bij Usoftgaming bekend en geverifieerd. Dat volgt ook uit de overgelegde correspondentie. Usoftgaming ontkent dat deze spelers de betreffende cessie-akten hebben ondertekend en dus hun vorderingen aan SBGOK hebben overgedragen, althans dat de op de betreffende documenten opgevoerde handtekeningen niet op echtheid zijn te controleren. Het had echter op de weg van Usoftgaming gelegen om, ook in het geval van een beroep op artikel 138, tweede lid Rv, een deugdelijke toelichting aan haar ontkenning te geven. De enkele omstandigheid dat de cessie-akten niet zijn voorzien van een notariële echtheidsverklaring is daartoe onvoldoende, temeer daar het gerecht, anders dan Usoftgaming, gelijkenissen ziet tussen de handtekeningen van de betreffende spelers op hun identiteitsbewijs en de cessie-akten. Nu Usoftgaming dat heeft nagelaten en er overigens ook uit de overgelegde stukken geen aanknopingspunten zijn te vinden die vóór haar standpunt pleiten, faalt haar verweer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44b1c5baec796a6f1e400fd298706509bd1b6d4151c957f1dcf2ffc629c59cd2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44b1c5baec796a6f1e400fd298706509bd1b6d4151c957f1dcf2ffc629c59cd2, en de alinea staat in dat document op bytes 18914 tot 20163.