Citaat | Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 19 juli 2022

Onder 3.2. Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 19 juli 2022

Een alinea uit Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 19 juli 2022, ECLI:NL:OGEAC:2022:184.

Eisers leggen aan hun vordering ten grondslag dat de Regeling, die bij de onderhandelingen met de nieuwe kandidaat als uitgangspunt lijkt te worden genomen, niet van een voldoende deugdelijke wettelijke basis is voorzien om als een deugdelijke normstelling in de zin van artikel 8 EVRM (eerbiediging privé- en familieleven) te kunnen worden aangemerkt. De Regeling is tot stand gekomen zonder dat de Curaçaose wetgever en de Raad van Advies zich daarover hebben gebogen. De Regeling voldoet voorts niet aan de door het EVRM aan een wet gestelde kwaliteitseisen van een adequate nationale grondslag en voorzienbaarheid. Artikel 2.2 van de Landsverordening openbare orde biedt, anders dan het Land meent, geen grondslag voor het uitvaardigen van de Regeling, waardoor deze onbevoegd is uitgevaardigd. Nu een grondslag ontbreekt, is de inbreuk op artikel 8 EVRM niet bij wet voorzien. Bovendien is een ministeriele regeling naar haar aard niet bedoeld voor beleidsmatige en normstellende bepalingen, maar slechts voor ‘beleidsarme’ normen. Ook inhoudelijk kan de Regeling volgens eisers niet worden aangemerkt als deugdelijke normstelling. De Regeling kent (voor de eerste jaren) enkel jaargemiddelde grenswaarden. Voorts gaat de Regeling zonder enige noodzaak uit van een methodiek van geleidelijk afbouwen van de uitstoot, terwijl er geen sprake is van een lopend bedrijf dat voortgezet wordt. Ook worden volgens eisers immissie en emissie door elkaar gehaald en ontbreken normen voor de uitstoot van broeikasgassen (CO2). Gelet op het voorgaande is het Land volgens eisers gehouden de Regeling buiten toepassing te laten en alsnog maatregelen te nemen resulterend in een deugdelijke normstelling voor de luchtkwaliteit wat betreft zwaveldioxide, fijnstof én broeikasgassen. Zolang die deugdelijke alternatieve normstelling er niet is, blijven volgens eisers gelet op het vonnis in de bodemprocedure de WHO-normen het uitgangspunt. Eisers doen een beroep op het gezag van gewijsde van de beslissingen in dat vonnis. Eisers vrezen dat bij de nieuwe kandidaat door het Land ten onrechte de indruk zal worden gewekt dat de luchtkwaliteitsnormen van de Regeling gelden en dat daardoor na ingebruikneming van de raffinaderij weer net als voorheen sprake zal zijn van ontoelaatbare luchtvervuiling en gezondheidsrisico’s.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/edc39bfd771bbfae5a89e6adc3444a881984c3e591340320a13d93f5677bc955. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt edc39bfd771bbfae5a89e6adc3444a881984c3e591340320a13d93f5677bc955, en de alinea staat in dat document op bytes 18544 tot 20880.