Citaat | Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 14 maart 2022

Onder 4 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 14 maart 2022

Een alinea uit Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 14 maart 2022, ECLI:NL:OGEAC:2022:214.

Volgens eiser heeft gedaagde hem nooit "formeel" aansprakelijk gesteld voor de door de vennootschap verschuldigde belastingschulden. Met gedaagde is het gerecht van oordeel dat een aansprakelijkstelling van een bestuurder niet nodig is (vgl. ECLI:NL:OGEAC:2018:34). Die aansprakelijkheid vloeit rechtstreeks voort uit de wet (zie onder meer artikel 53 van de Landsverordening omzetbelasting 1999, waarin is bepaald dat indien ten onrechte geen of te weinig belasting is voldaan, door toedoen of mede door toedoen van een ander dan de ondernemer, die ander hoofdelijk aansprakelijk is voor die belasting, de boeten, de interest en kosten en artikel 21 lid 1 sub b van de Landsverordening op de Loonbelasting 1976, waarin is bepaald dat hoofdelijk aansprakelijk is voor de belasting en de administratie boete, verschuldigd door een binnen Curacao gevestigde rechtspersoon: ieder van de bestuurders. Zie voorts artikel 16 lid 2 juncto artikel 41 van de Landsverordening Winstbelasting). Overigens blijkt de aansprakelijkheidstelling uit de in 2.3. bedoelde betekende dwangschriften.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/562a979ba8ddcb725345ca25d0c7ce0b5c9d56aae721bc5f34cb96236d3ee08e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 562a979ba8ddcb725345ca25d0c7ce0b5c9d56aae721bc5f34cb96236d3ee08e, en de alinea staat in dat document op bytes 12549 tot 13641.