Citaat | Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 22 augustus 2022
Onder 4.3 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 22 augustus 2022
Een alinea uit Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 22 augustus 2022, ECLI:NL:OGEAC:2022:233.
[Eiser] verwijst in het verzoekschrift nog naar een arrest van de Hoge Raad van 12 april 2019 , waarin als uitgangspunt wordt genomen dat een bestuurder van een vennootschap in beginsel vrij is op grond van een eigen afweging te bepalen welke schuldeisers van de vennootschap in de gegeven omstandigheden worden voldaan, maar dat verhindert niet dat de Ontvanger mag handelen op basis van de hoofdelijke aansprakelijkheid die in de Curaçaose belastingwetgeving is geïncorporeerd. Anders dan [eiser] veronderstelt, is die aansprakelijkheid ook niet beperkt tot gevallen van “kennelijk onbehoorlijk bestuur”. [eiser] beroept zich hierbij zonder goede grond op jurisprudentie inzake Nederlandse wetgeving. Voor analoge toepassing bestaat echter geen toepassing, nu de regelgeving in Nederland en Curacao niet gelijkluidend is. .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8f72000aacdb6b4aa924fc28a9e1b358899191b2c54fc8e4b846426908174b96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8f72000aacdb6b4aa924fc28a9e1b358899191b2c54fc8e4b846426908174b96, en de alinea staat in dat document op bytes 11903 tot 12873.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8f72000aacdb6b4aa924fc28a9e1b358899191b2c54fc8e4b846426908174b96 | shasum -a 256