Citaat | Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten 29 oktober 2010
Alinea 48 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten 29 oktober 2010
Een alinea uit Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten 29 oktober 2010, ECLI:NL:OGEAM:2010:BY1351.
3.4 Het gaat in deze zaak in essentie om de vraag of eiser inmiddels (na vele arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd) geacht moet worden voor onbepaalde tijd in dienst van gedaagde te zijn. Ter beantwoording van deze vraag overweegt het Gerecht allereerst dat hij “voorbij zal gaan” aan de eerste twee arbeidsovereenkomsten. Al zou Vegas Amusements N.V. tot hetzelfde concern behoren als gedaagde, tussen de eerste en tweede arbeidsovereenkomst zit een periode van 2,5 jaar en tussen de tweede en derde arbeidsovereenkomst een periode van één jaar. Het Gerecht overweegt verder dat hij eiser niet volgt waar hij opmerkt dat er sprake is van een zogenaamde “draaideurconstructie”. Het kenmerk van een draaideurconstructie is dat arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd bij één werkgever worden afgewisseld met perioden waarin de werknemer in dienst was van een uitzendbureau of van een andere werkgever terwijl hij in feite hetzelfde bleef doen voor de eerste werkgever. In casu is hiervan geen sprake. Eiser is van 16 oktober 2002 tot en met 30 april 2010 in dienstbetrekking van gedaagde werkzaam geweest. Tussen de eerste drie opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd en de vierde arbeidsovereenkomst ligt een periode van drie maanden en drie dagen. Tussen de drie daarop volgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd en de laatste arbeidsovereenkomst ligt een periode van drieënhalve maand. In deze tussenliggende perioden is eiser niet op enigerlei wijze voor gedaagde werkzaam geweest. Naar de letterlijke tekst van artikel 7A: 1615fa, lid 1, BW is niet voldaan aan de in dit artikel gestelde voorwaarden voor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Immers er zijn twee tussenliggende perioden van meer dan drie maanden te duiden. Voor zover eiser heeft willen betogen dat er sprake is van ongeoorloofde ontduiking en uitholling van artikel 7A:1615fa BW dan wel van misbruik van recht (HR 29 juni 2007, LJN:BA2504) overweegt het Gerecht dat eiser daarvoor onvoldoende heeft aangevoerd. Het enkele feit dat een werkgever en een werknemer na een periode van drie maanden of meer weer een nieuwe arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aangaan is daarvoor onvoldoende. Ook nu, zoals in casu, er al sprake is van twee reeksen van elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d6c8af3fcf6f83df10572bdb6cebe215222f2c7e79b5cef797af3cd5553aa8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d6c8af3fcf6f83df10572bdb6cebe215222f2c7e79b5cef797af3cd5553aa8b, en de alinea staat in dat document op bytes 9051 tot 11396.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8d6c8af3fcf6f83df10572bdb6cebe215222f2c7e79b5cef797af3cd5553aa8b | shasum -a 256