Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 20 december 2013

Alinea 32 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 20 december 2013

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 20 december 2013, ECLI:NL:OGHACMB:2013:40.

Met het direct afluisteren is een meer dan beperkte inbreuk gemaakt op het fundamentele, door artikel 8 lid 1 EVRM gewaarborgde, recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (recht op privacy) van de verdachte. Zijn persoonlijke levenssfeer strekte zich immers uit tot de besloten ruimte van het voertuig voor gedetineerdentransport. Weliswaar kon de verdachte zich als gedetineerde in dat voertuig niet onbespied wanen en blijkt ook uit de opgenomen gesprekken dat hij en [L] zich bewust waren van de mogelijkheid dat zij werden afgeluisterd, daartegenover staat dat niet op voorhand ervan uit kon worden gegaan dat de af te luisteren gesprekken (uitsluitend) over misdrijven zouden gaan, mede gelet op de familiaire band tussen de verdachte en [L] en de duur van de opnames. Een inbreuk op het recht op privacy kan alleen worden gerechtvaardigd, indien is voldaan aan de vereisten van artikel 8 lid 2 EVRM, waaronder het vereiste dat de inbreuk bij de wet is voorzien. De bevoegdheid tot het maken van de inbreuk moet voldoende kenbaar en voorzienbaar zijn omschreven in de wet. Een opsporingsmethode als de onderhavige valt voorts, gelet op de inbreuk die ermee wordt gemaakt, onder de reikwijdte van artikel 9 Sv, dat bepaalt dat strafvordering alleen plaatsheeft op de wijze bij landsverordening voorzien. Op grond hiervan is het Hof van oordeel dat voor een opsporingsmethode als de onderhavige een regeling bij formele wet is vereist. De algemene taakstellende artikelen 184 en 185 Sv en artikel 2 Politieregeling 1999 (P.B. 1999 no. 79) kunnen de met deze opsporingsmethode gemaakte inbreuk niet legitimeren en kunnen dus niet gelden als wettelijke grondslag. Ook de Richtlijn Bijzondere Opsporingsmethoden van de Procureurs-generaal van de Nederlandse Antillen en van Aruba kan de inbreuk niet legitimeren nu het geen wet in formele zin is en ook geen grondslag vindt in een wet in formele zin. Voorts kan de inbreuk niet worden gelegitimeerd door enige in Nederland geldende wet of door enige in Sint Maarten (of Aruba) voorgenomen wetgeving. De voor de opsporingsmethode vereiste wettelijke regeling ontbrak derhalve. De slotsom is dat het opnemen van vertrouwelijke communicatie door middel van de onderhavige opsporingsmethode onrechtmatig is en een normschending oplevert als bedoeld in artikel 413 Sv, die naar haar aard niet vatbaar is voor herstel (vgl. GHvJ 12 februari 2009, ECLI:NL:OGHNAA:2009:BH3411).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/041ac4039866ba0c3d5b374718a9ac8ba95e9a36b531752272c968a57fe42bb6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 041ac4039866ba0c3d5b374718a9ac8ba95e9a36b531752272c968a57fe42bb6, en de alinea staat in dat document op bytes 14132 tot 16576.