Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 28 juni 2013

Onder 1. Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 28 juni 2013

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 28 juni 2013, ECLI:NL:OGHACMB:2013:48.

Ingevolge artikel 2 van de Eilandsverordening logeergastenbelasting Curaçao 2009 (hierna: Elgb) wordt onder de naam logeergastenbelasting een directe belasting geheven ter zake van het: a. houden van verblijf op Curaçao in een verblijfsaccommodatie tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet in het bevolkingsregister van Curaçao staan ingeschreven; b. beschikbaar houden van ruimten in een onroerend goed of in een gedeelte daarvan door middel van time sharing ten behoeve van het verblijf van personen. Ingevolge artikel 3 is de belastingplichtige degene die gelegenheid biedt tot het verblijf in een verblijfsaccommodatie. Ingevolge artikel 7, eerste lid, verstrekt de heffende instantie jaarlijks de voor het belastingjaar benodigde aangiftebiljetten aan de belastingplichtigen en aan hen, van wie zij vermoedt dat zij over het lopende belastingjaar belastingplichtig zijn. Ingevolge het tweede lid is de belastingplichtige verplicht de logeergastenbelasting die hij over een tijdvak van een kalendermaand verschuldigd is binnen vijftien dagen na het einde van die maand middels het daartoe bestemde formulier op aangifte te voldoen. De aangifte wordt onder gelijktijdige voldoening van de verschuldigde belasting gedaan bij de innende instantie Ingevolge artikel 9, eerste lid, voor zover thans van belang, kan de heffende instantie, indien de logeergastenbelasting geheel of gedeeltelijk niet binnen de voorgeschreven tijd is voldaan, de te weinig voldane logeergastenbelasting naheffen door middel van een naheffingsaanslag, op te leggen ten name van de belastingplichtige. Ingevolge artikel 10, eerste lid, vormt het niet binnen de in artikel 7, tweede lid 2, gestelde termijn doen van de aangifte een verzuim, ter zake waarvan de heffende instantie de belastingplichtige een boete van NAF 2.500,00 kan opleggen. Ingevolge het tweede lid vormt het niet, gedeeltelijk niet of niet binnen de voorgeschreven termijn betalen een verzuim, ter zake waarvan de heffende instantie de belastingplichtige een boete van ten hoogste NAF 10.000,00 kan opleggen. Ingevolge artikel 11 kan de belastingplichtige die bezwaar heeft tegen de hem opgelegde navorderingsaanslag, daartegen binnen twee maanden een bezwaarschrift bij de heffende instantie indienen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a01df0dc2a428cd2200e0ecc58be2e356ad784c87a72f43b314c07ad5d91fbc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a01df0dc2a428cd2200e0ecc58be2e356ad784c87a72f43b314c07ad5d91fbc, en de alinea staat in dat document op bytes 6501 tot 8904.