Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 28 februari 2014

Onder 2.5 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 28 februari 2014

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 28 februari 2014, ECLI:NL:OGHACMB:2014:18.

Voorts staat vast dat het door [x] gestelde bezit niet te goeder trouw is. Naar huidig recht staat dit niet aan verkrijgende verjaring in de weg. [x] zal moeten stellen en zo nodig bewijzen dat de verjaring van de rechtsvordering van (thans) het Land strekkende tot beëindiging van het bezit is voltooid en dat hij op het moment van voltooiing het perceel bezat (artikel 3:105 lid 1 BW). Een rechtsvordering tot beëindiging van bezit verjaart twintig jaren na de dag waarop een niet-rechthebbende bezitter is geworden of de onmiddellijke opheffing gevorderd kan worden van de toestand waarvan diens bezit de voortzetting vormt (artikel 3:314 lid 2 jo. artikel 3:306 BW).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5f005f25d9167781e126ab53bb47d33d79bb1c846e409a477b313e95892ffb5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5f005f25d9167781e126ab53bb47d33d79bb1c846e409a477b313e95892ffb5e, en de alinea staat in dat document op bytes 9747 tot 10432.