Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 18 februari 2014

Onder 2.2 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 18 februari 2014

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 18 februari 2014, ECLI:NL:OGHACMB:2014:24.

art. 270 lid 5 Rv bedoelde termijn (zes weken na indiening van de akte van appel, art. 271 Rv) en voor de vaststelling van de uiterste betalingsdatum niet afhankelijk te zijn van de aanwezigheid van een griffiersaantekening van die strekking op de akte van appel of van een aantekening op de akte van appel van de hoogte van het getaxeerde bedrag. Van de advocaat had ook zonder een dergelijke aantekening mogen worden verwacht dat hij onverwijld onderzoek zou doen naar de uiterste betalingstermijn (tevens de uiterste termijn voor indiening van de memorie van grieven).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1248cef157fa512217146bc31f2fc3a0b4ab8e515e8e586cd8b476970a6a6eeb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1248cef157fa512217146bc31f2fc3a0b4ab8e515e8e586cd8b476970a6a6eeb, en de alinea staat in dat document op bytes 7822 tot 8407.