Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 2 september 2014

Onder 2.9 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 2 september 2014

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 2 september 2014, ECLI:NL:OGHACMB:2014:51.

Ten overvloede overweegt het Hof dat het bij zijn eerder gegeven oordeel blijft dat de inhoud van art. 5 Kredietovereenkomst een aanwijzing vormt dat Korpodeko de betrokkenheid van [x] als schuldeiser bij DEA van belang achtte. Korpodeko was partij bij de Kredietovereenkomst en heeft in die overeenkomst een beding opgenomen over het aandeelhouderschap en de feitelijke zeggenschap in DAE. Dat levert een aanwijzing op dat Korpodeko de betrokkenheid van [x] bij DAE van belang achtte. Daaraan doet niet af dat [x] geen partij is bij de Kredietovereenkomst en ook niet dat Korpodeko niet langer aan haar vordering ten grondslag legt dat [x] de boete heeft verbeurd door in strijd met art. 5 Kredietovereenkomst te handelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f9266e59d7c6e5df00e9d76b33c3df8c6c259b748c0b31dbe757c500b396b59c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f9266e59d7c6e5df00e9d76b33c3df8c6c259b748c0b31dbe757c500b396b59c, en de alinea staat in dat document op bytes 14253 tot 14990.