Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 22 november 2016

Onder 3.6. Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 22 november 2016

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 22 november 2016, ECLI:NL:OGHACMB:2016:136.

Het is evenwel naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat [appellant] terugkeert op het werk. Hij is ernstig gebrouilleerd met [naam] en de huidige echtgenoot van [naam] tolereert [appellant] niet in de buurt (pleitnota [appellant] in hoger beroep, onder 26). Het Hof zal daarom de loonvordering van [appellant] matigen tot een jaar (verg. HR 5 januari 1979, BJ 1979/207, HR 14 mei 1982, NJ 1982/604 en HR 1 juni 1990, NJ 1990/715). Bij het bepalen van deze periode is ten gunste van [appellant] mede rekening gehouden met de onbetwiste omstandigheid dat [appellant] de zaak heeft opgezet (verweerschrift in eerste aanleg onder 3) en dat niet is gesteld dat [appellant] betaald is voor de inbreng van de onderneming. Door deze matiging wordt de arbeidsovereenkomst ‘krachteloos’ (HR 12 mei 1989, NJ 1989/801, rov. 3.3 slot).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/93fbdbb223580a241e0def6c468af333b2c9b0ea1079f10fb00fa8fda15e874b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 93fbdbb223580a241e0def6c468af333b2c9b0ea1079f10fb00fa8fda15e874b, en de alinea staat in dat document op bytes 10264 tot 11131.