Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 18 november 2016
Onder 4.13. Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 18 november 2016
Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 18 november 2016, ECLI:NL:OGHACMB:2016:169.
‘4.6. Nodig is dat Courtar of zijn voorganger zich zodanig moet hebben gedragen hebben dat het Eilandgebied daaruit niet anders kon afleiden dan dat deze pretendeerde eigenaar te zijn. Of men bezitter is geworden moet naar verkeersopvattingen worden beoordeeld, onder meer op grond van uiterlijke feiten (artikel 3:108 BW). De gesteldheid en de (in het verleden geringe) waarde van de zaak mogen mede een rol spelen (HR 10 juni 1983, NJ 1984, 294, rov. 5.5 in de Sint Maartense zaak Tridon e.a. en Damoiseau e.a. v. Island GEM Enterprises ).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e6583085064ebeedb7a0ffe3adf755a69dcd38a9bf296110bfbc4c37783b1dd3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e6583085064ebeedb7a0ffe3adf755a69dcd38a9bf296110bfbc4c37783b1dd3, en de alinea staat in dat document op bytes 17650 tot 18240.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e6583085064ebeedb7a0ffe3adf755a69dcd38a9bf296110bfbc4c37783b1dd3 | shasum -a 256