Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 22 augustus 2017

Onder 3.1 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 22 augustus 2017

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 22 augustus 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:178.

Met de eerste grief komt het Land op tegen rechtsoverweging 4.2 van het bestreden vonnis, waarin het GEA heeft overwogen dat een procedure als bedoeld in artikel 4 Landsverordening, houdende regeling van de invordering van belastingen, bijdragen en vergoedingen door middel van dwangschriften alsmede van de rechtspleging inzake belastingen, bijdragen en vergoedingen (AB 1988 no. GT 12), hierna: Lv Dwanginvordering, niet aan de orde was, aangezien het aangekondigde executoriale beslag niet is gelegd en de Ontvanger derhalve niet tot uitvoering is overgegaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/399aa7f4af64c57b70317a8a50caebf70409b192b74da40c3d0aa72d08498403. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 399aa7f4af64c57b70317a8a50caebf70409b192b74da40c3d0aa72d08498403, en de alinea staat in dat document op bytes 7782 tot 8359.