Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 22 augustus 2017

Onder 3.11 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 22 augustus 2017

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 22 augustus 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:178.

Ten aanzien van de vraag of aan Aruba Bank voor het einde van de verjaringstermijn (januari 2012) uitstel van betaling is verleend overweegt het Hof als volgt. Het Land stelt dat de Ontvanger op verzoek van Aruba Bank op 15 juni 2007 en op 12 februari 2011 uitstel van betaling heeft verleend. Aruba Bank heeft niet weersproken dat zij de beschikking tot uitstel van betaling d.d. 15 februari 2011, die is verstuurd naar een adres waarvan door Aruba bank niet is betwist dat het juist is, heeft ontvangen. Het moet er dan ook voor worden gehouden dat Aruba Bank die beschikking heeft ontvangen en daarmee is, met inachtneming van hetgeen onder 3.10 is overwogen, de verjaring tijdig gestuit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/399aa7f4af64c57b70317a8a50caebf70409b192b74da40c3d0aa72d08498403. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 399aa7f4af64c57b70317a8a50caebf70409b192b74da40c3d0aa72d08498403, en de alinea staat in dat document op bytes 14973 tot 15681.