Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 30 mei 2017
Onder 2.15 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 30 mei 2017
Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 30 mei 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:46.
Verder geldt met betrekking tot de bouwvergunningen het volgende. Indien de aanleg van de kade in overeenstemming is met een bouwvergunning die formele rechtskracht heeft verkregen, staat die omstandigheid in elk geval niet in de weg aan de mogelijkheid dat die aanleg in strijd is met art. 18 van de overeenkomst van 2000 en aan de mogelijkheid dat Lions Dive nakoming van dat beding kan verlangen. Indien de aanleg van de kade in overeenstemming is met een bouwvergunning die formele rechtskracht heeft verkregen, staat die omstandigheid ook niet zonder meer in de weg aan het oordeel dat die aanleg onrechtmatige hinder veroorzaakt, aangezien het belang van het voorkomen van onrechtmatige hinder door het gebruik maken van door een bouwvergunning toegestane bouwmogelijkheden niet een belang is dat door de BWV en het EOP wordt nagestreefd (ook niet door art. 22 sub 5 BWV, dat wel de term "hinderlijk" bevat). Dit neemt niet weg dat deze regelgeving en de besluitvorming met betrekking tot de bouwvergunningen meer of minder sterke aanwijzingen kunnen bevatten dat het gebruik maken van de toegestane bouwmogelijkheden naar maatschappelijke opvattingen niet als onrechtmatige hinder is te beschouwen (vergelijk: HR 21 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT8823, NJ 2006/418). In dit geval zijn er dergelijke aanwijzingen niet. In de uitspraak van 2 december 2011 heeft het GEA zich beperkt tot de overweging dat Lions Dive geen aanspraak op een onbelemmerd zee-uitzicht kan maken, maar dat laat onverlet dat sprake kan zijn van onrechtmatige hinder wegens te ernstige beperkingen van het uitzicht op zee. Ook de opmerking op p. 4 van de beschikking van 14 december 2015 over hinder (een verwijzing naar art. 22 sub 5 BWV) levert een zodanige aanwijzing niet op.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3772adb43e58914c1a8a057c770eee4fc6cac39def08f939cf0f1d68bcf9e68d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3772adb43e58914c1a8a057c770eee4fc6cac39def08f939cf0f1d68bcf9e68d, en de alinea staat in dat document op bytes 36412 tot 38185.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3772adb43e58914c1a8a057c770eee4fc6cac39def08f939cf0f1d68bcf9e68d | shasum -a 256