Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 21 juni 2017

Onder 5.7. Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 21 juni 2017

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 21 juni 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:54.

Voor de toekenning van een proceskostenvergoeding door de rechter aan een belanghebbende voor de in de beroepsfase gemaakte proceskosten, is blijkens artikel 15, eerste lid, van de LBB, ook niet vereist dat sprake dient te zijn van een kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht door de Inspecteur. Wat er ook overigens zij van die stelling van de Inspecteur, het deel van de bepaling van artikel 15, eerste lid, van de LBB dat handelt over kennelijk onredelijk gebruik van het procesrecht ziet uitsluitend op de mogelijkheid van veroordeling van een belanghebbende in de proceskosten van de Inspecteur.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/724d26424107e3b79ecb5d37e0da1fa3aa73b05aa477b2c602bad810fbba2431. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 724d26424107e3b79ecb5d37e0da1fa3aa73b05aa477b2c602bad810fbba2431, en de alinea staat in dat document op bytes 23634 tot 24253.