Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 18 januari 2017

Alinea 26 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 18 januari 2017

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 18 januari 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:64.

1. Appellant betoogt dat het Gerecht ten onrechte heeft geoordeeld dat in dit geval de redelijke termijn niet is overschreden, omdat het op 20 november 2013 uitspraak heeft gedaan en met het tegen het besluit van 21 juli 2014 ingestelde beroep een nieuwe termijn is aangevangen. Daartoe voert appellant aan dat na vernietiging van een besluit door de rechter en de opdracht om een nieuwe beschikking te nemen, de tijd die gemoeid is met het nemen van de nieuwe beschikking en de tijd die de daaropvolgende procedures vergen, relevant zijn voor de vraag of de redelijke termijn is overschreden. In dit geval is de in beschouwing te nemen periode aangevangen op 10 augustus 2012 en geëindigd met de uitspraak van het Gerecht van 4 april 2016, aldus appellant.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6cffbdd44506e7b38d5f5a6efbdaedd4bb24d466009ea04d8304ec37177e4bd9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6cffbdd44506e7b38d5f5a6efbdaedd4bb24d466009ea04d8304ec37177e4bd9, en de alinea staat in dat document op bytes 9410 tot 10181.