Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 18 januari 2017

Onder 1.1. Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 18 januari 2017

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 18 januari 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:64.

Bij de vraag of de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden, dient aansluiting te worden gezocht bij de rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: het EHRM), onder meer het arrest van 29 maart 2006, Riccardi Pizzati tegen Italië, nr. 62361/00, www.echr.coe.int). Daaruit volgt onder meer dat dat dient te worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval. Daarbij zijn van betekenis de ingewikkeldheid van de zaak, de wijze waarop deze door het bestuursorgaan en de rechter is behandeld, het processuele gedrag van betrokkene gedurende de hele procesgang en de aard van de maatregel en het daardoor getroffen belang van betrokkene. Voorts volgt uit die rechtspraak dat bij overschrijding van de redelijke termijn, behoudens bijzondere omstandigheden, spanning en frustratie als grond voor vergoeding van immateriële schade wordt verondersteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6cffbdd44506e7b38d5f5a6efbdaedd4bb24d466009ea04d8304ec37177e4bd9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6cffbdd44506e7b38d5f5a6efbdaedd4bb24d466009ea04d8304ec37177e4bd9, en de alinea staat in dat document op bytes 10245 tot 11252.