Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 18 januari 2017
Onder 1.2. Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 18 januari 2017
Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 18 januari 2017, ECLI:NL:OGHACMB:2017:64.
Volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (onder meer de uitspraak van 26 januari 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BH1009 en van 6 juni 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2144), de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (zie de uitspraak van de grote kamer van 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:188 met conclusie van de staatsraad advocaat-generaal Widdershoven) en het arrest van de Hoge Raad van 19 februari 2016 (ECLI:NL:HR:2016:252), waarbij het Hof aansluiting zoekt, is de redelijke termijn voor een procedure in zaken waarin sprake is van bezwaar, beroep en hoger beroep in beginsel niet overschreden als die procedure in haar geheel niet langer dan vier jaar in beslag heeft genomen. Heeft de totale procedure in bezwaar, beroep en hoger beroep langer dan vier jaar geduurd, dan dient vervolgens per instantie te worden bezien of sprake is van een langere behandelingsduur dan gerechtvaardigd, waarbij de verschillende instanties in beginsel binnen de volgende termijnen zouden moeten worden afgerond: bezwaar een half jaar, beroep anderhalf jaar en hoger beroep twee jaar, terwijl doorgaans de behandelingsduur in de rechterlijke fase in haar geheel niet te lang is, als deze niet meer dan drie en een half jaar heeft geduurd. Hieruit vloeit onder meer voort dat indien bij de rechter in eerste aanleg wordt geklaagd over overschrijding van de redelijke termijn, die rechter bij de beoordeling daarvan moet uitgaan van een termijn van twee jaar (een half jaar plus anderhalf jaar). Voorts geldt dat indien de rechter (in beroep of in hoger beroep) het bestreden besluit vernietigt en het bestuursorgaan opdraagt opnieuw te besluiten, de procedure met die rechterlijke uitspraak niet is geëindigd en dus geen nieuwe (redelijke) termijn aanvangt (vergelijk onder meer de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 december 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BG8294). Voor de vaststelling van de hoogte van het bedrag aan immateriële schadevergoeding bij overschrijding van de redelijke termijn gaat het Hof uit van een tarief van Afl. 500,- per half jaar dat de redelijke termijn is overschreden, waarbij het totaal van de overschrijding naar boven wordt afgerond.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6cffbdd44506e7b38d5f5a6efbdaedd4bb24d466009ea04d8304ec37177e4bd9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6cffbdd44506e7b38d5f5a6efbdaedd4bb24d466009ea04d8304ec37177e4bd9, en de alinea staat in dat document op bytes 11316 tot 13552.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6cffbdd44506e7b38d5f5a6efbdaedd4bb24d466009ea04d8304ec37177e4bd9 | shasum -a 256