Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 16 januari 2018

Onder 2.19 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 16 januari 2018

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 16 januari 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:10.

De stelplicht en bewijslast ten aanzien van het bestaan van de kennelijke onredelijkheid van een ontslag rusten in beginsel op de werknemer (onder meer: HR 17 december 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA3878). Dit geldt ook indien de werknemer ontkent dat de voor het ontslag gegeven redenen aanwezig zijn, of indien hij stelt dat de opgegeven redenen voorgewend of vals zijn in de zin van art. 7A:1615s lid 2 sub 1° BW. Voor zover [appellant] van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt zijn betoog. Overigens heeft [appellant] de opgegeven redenen voor ontslag ten dele niet ontkend. Hij heeft immers niet ontkend dat hij op 1 maart 2016 heeft geweigerd mee te werken aan een onderzoek naar de aanwezigheid van alcohol en drugs en evenmin dat de incidenten van juni 2015 en september 2015 waarnaar in de ontslagbrief wordt verwezen, hebben plaatsgehad (al waardeert hij ze anders). Hij heeft zelf verklaard dat hij eerder op die dag zes rum-cola's had gedronken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/858694ffa7fec7662ec0759a9b27d0c9a84f9834163bda78089d9a8060e6100e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 858694ffa7fec7662ec0759a9b27d0c9a84f9834163bda78089d9a8060e6100e, en de alinea staat in dat document op bytes 25960 tot 26929.