Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 8 juni 2018

Onder 5.7.3. Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 8 juni 2018

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 8 juni 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:147.

Het Hof stelt vast dat ingevolge artikel 4 Lv Hotel de formele bevoegdheid tot het beslissen op een tax holiday verzoek bij de Gouverneur berustte, na overleg gehad te hebben met het bestuurscollege van het eilandgebied. Gegeven deze regeling, die bij belanghebbende en diens adviseurs bekend moet zijn, dan wel bekend had moeten zijn, had belanghebbende niet kunnen en mogen vertrouwen op een (beweerdelijke) toezegging die (enkel) afkomstig is van [ H ]. [ H ] was immers niet bevoegd zelfstandig te beslissen en toezeggingen te doen. Belanghebbende had zich ervan moeten vergewissen of de door [ H ] beweerdelijk gedane toezegging mede was afgestemd met de Gouverneur en het bestuurscollege, waarvan [ H ] deel uitmaakte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b7a8d2d6365c26dfaa890ed70902d4c64e8b9833c295be401a4ef3cca57af1a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b7a8d2d6365c26dfaa890ed70902d4c64e8b9833c295be401a4ef3cca57af1a4, en de alinea staat in dat document op bytes 61678 tot 62418.