Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 8 juni 2018

Onder 5.11.5. Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 8 juni 2018

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 8 juni 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:147.

Tijdens de parlementaire behandeling van de Awb is opgemerkt dat een belanghebbende ten minste 2 à 3 weken moet worden gegund ( Kamerstukken II 1990/91, 21 221, nr. 8, p. 33). De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de te gunnen termijn afhankelijk is van de omstandigheden van het geval, maar dat in ieder geval een termijn van 14 dagen moet worden gegund (HR 22 januari 2010; zie 5.10.1).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b7a8d2d6365c26dfaa890ed70902d4c64e8b9833c295be401a4ef3cca57af1a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b7a8d2d6365c26dfaa890ed70902d4c64e8b9833c295be401a4ef3cca57af1a4, en de alinea staat in dat document op bytes 75218 tot 75651.