Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 8 juni 2018
Onder 5.14.3. Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 8 juni 2018
Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 8 juni 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:147.
In zijn arresten van 10 juni 2011, nrs. 09/02639, 09/05112 en 09/5113, ECLI:NL:HR:2011:B05046, BO5080 en BO5087 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat met overeenkomstige toepassing van artikel 8:73 (oud) Awb overschrijding van de redelijke termijn in belastingzaken aanleiding geeft om een immateriële schadevergoeding toe te kennen; derhalve ook in het geval dat het beroep ongegrond wordt bevonden. Naar het oordeel van het Hof dient het binnen de (Nederlandse) rechtsorde aanvaarde rechtszekerheidsbeginsel ook te gelden voor Bonaire. Dit geldt temeer nu artikel 8:115b Belastingwet BES vrijwel gelijkluidend is aan artikel 8:73 (oud) Awb.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b7a8d2d6365c26dfaa890ed70902d4c64e8b9833c295be401a4ef3cca57af1a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b7a8d2d6365c26dfaa890ed70902d4c64e8b9833c295be401a4ef3cca57af1a4, en de alinea staat in dat document op bytes 80044 tot 80697.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b7a8d2d6365c26dfaa890ed70902d4c64e8b9833c295be401a4ef3cca57af1a4 | shasum -a 256