Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 18 oktober 2018

Onder 2.10. Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 18 oktober 2018

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 18 oktober 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:164.

Op het daartegen door belanghebbende ingestelde beroep heeft het Gerecht – kort gezegd – geoordeeld dat er als regel van moet worden uitgegaan dat indien een ondernemer betalingen verricht aan een andere ondernemer deze betalingen de tegenwaarde vormen voor een prestatie, en dat de bewijslast dat zulks in de onderhavige situatie niet het geval is op belanghebbende rust. Vervolgens heeft het Gerecht geoordeeld dat belanghebbende in die op haar rustende bewijslast is geslaagd. Daarop heeft het Gerecht de naheffingsaanslagen en de boetebeschikkingen vernietigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8e5879e743c96b27990e4eede698b0e9e8b083ce12f8019d905ac5dafeb7b645. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8e5879e743c96b27990e4eede698b0e9e8b083ce12f8019d905ac5dafeb7b645, en de alinea staat in dat document op bytes 17346 tot 17928.