Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 18 oktober 2018
Onder 4.3. Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 18 oktober 2018
Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 18 oktober 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:164.
Voor wat betreft de bewijslast in het kader van – het zich hier niet voordoende geval van – het geldend maken van het recht op vooraftrek heeft de Hoge Raad beslist dat in een dergelijk geval geen betekenis toekomt aan de bewijsregel, neergelegd in het arrest BNB 2002/141, rechtsoverweging 3.2.2, en het arrest BNB 2014/160, rechtsoverweging 3.3.2, dat bij betalingen tussen ondernemers als regel ervan mag worden uitgegaan dat die betalingen de tegenwaarde voor een prestatie vormen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8e5879e743c96b27990e4eede698b0e9e8b083ce12f8019d905ac5dafeb7b645. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8e5879e743c96b27990e4eede698b0e9e8b083ce12f8019d905ac5dafeb7b645, en de alinea staat in dat document op bytes 21828 tot 22331.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8e5879e743c96b27990e4eede698b0e9e8b083ce12f8019d905ac5dafeb7b645 | shasum -a 256