Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 2 februari 2018

Onder 2.12 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 2 februari 2018

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 2 februari 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:31.

Op grond van het voorgaande moet geoordeeld worden dat [appellante] onvoldoende heeft gesteld om te kunnen aannemen dat sprake is van bezit. Hierop stuiten al haar aanspraken af die op verkrijgende verjaring van het stuk grond zijn gebaseerd. Dit is een zelfstandige grond voor afwijzing van de vordering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/78ced2199179ff7094bf538943585c0fe302c4da736087a8feca8ca2fa19375d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 78ced2199179ff7094bf538943585c0fe302c4da736087a8feca8ca2fa19375d, en de alinea staat in dat document op bytes 17165 tot 17483.