Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 30 januari 2018

Onder 3.39. Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 30 januari 2018

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 30 januari 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:46.

Artikel 3:200a lid 5 BW luidt: ‘Ten behoeve van een bezitter die wist of behoorde te weten dat een onroerende zaak deel uitmaakt van een langdurig onverdeeld gebleven gemeenschap als in deze afdeling bedoeld, is ten aanzien van die zaak jegens de gebruikers verjaring uitgesloten.’ Deze bepaling, die in werking is getreden per 1 april 2007, had onmiddellijke werking en geen terugwerkende kracht, hetgeen van belang is met het oog op artikel 3 lid 1 onder a van de Landsverordening overgangsrecht nieuw Burgerlijk Wetboek (verkregen vermogensrecht). Bij ontbreken van goede trouw (artikel 3:105 BW) zullen bezitsdaden van na 1 april 1987 wel onder het bereik vallen van deze bepaling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d242eadcc23bdd08ed8af7e13ffab7458a24500473d9eb8aaa0080b7dff038c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d242eadcc23bdd08ed8af7e13ffab7458a24500473d9eb8aaa0080b7dff038c, en de alinea staat in dat document op bytes 41414 tot 42186.