Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 30 januari 2018

Onder 3.45. Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 30 januari 2018

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 30 januari 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:46.

[naam 3] en zijn echtgenote [naam 4] hebben de verjaring niet zelf ingeschreven. Zij hebben bij koopakte van 30 juni 1999, voor een aanzienlijk bedrag, de bebouwde kavel verkregen van een voorganger die de verjaring op 13 september 1993 deed inschrijven. [naam 3] en zijn echtgenote hebben als bezitters te goeder trouw na tien jaren, dus in 2003 (artikel 3:102 lid 2 BW) en in elk geval in 2009, de eigendom verkregen (artikel 3:99 lid 1 slot BW). In 2003 of 2009 had het Land nog geen verjaringen gestuit. [naam 3] behoorde in 2009 ook niet te weten dat de kavel nog behoorde tot een langdurig onverdeeld gebleven gemeenschap, zodat artikel 3:200a lid 5 BW, dat per 1 april 2007 in werking is getreden, niet van toepassing is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d242eadcc23bdd08ed8af7e13ffab7458a24500473d9eb8aaa0080b7dff038c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d242eadcc23bdd08ed8af7e13ffab7458a24500473d9eb8aaa0080b7dff038c, en de alinea staat in dat document op bytes 44781 tot 45523.