Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 16 januari 2018

Onder 2.56 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 16 januari 2018

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 16 januari 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:6.

Deze vermelding is niet onjuist of suggestief. Er wordt niet mee gesuggereerd dat de Governance Code Principles een officiële machtiging voorschrijven. Wel had, zoals hiervoor onder 2.48 reeds is geoordeeld, bij een ruimere gelegenheid tot wederhoor, het verweer van [appellant] dat hij mondelinge goedkeuring van de minister had verkregen en dat dit voldoende was, onderzocht kunnen worden of in elk geval vermeld kunnen worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5a0f66ed1619fcac489b0109d09b69ef31dafd0dff038c72ef3972ff965787ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5a0f66ed1619fcac489b0109d09b69ef31dafd0dff038c72ef3972ff965787ff, en de alinea staat in dat document op bytes 68016 tot 68459.