Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 5 november 2019

Onder 4.27 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 5 november 2019

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 5 november 2019, ECLI:NL:OGHACMB:2019:223.

Belanghebbende stelt dat voor het opleggen van boeten ter zake van de in geding zijnde naheffingsaanslagen geen plaats is, nu belanghebbende zich bij de uitleg van de toepasselijke voorschriften op een naar haar mening pleitbaar standpunt heeft gesteld. Verder stelt belanghebbende dat haar geen verwijt met betrekking tot het niet vastleggen van door haar werknemers ontvangen fooien kan worden gemaakt, nu zij daarbij gebruik heeft gemaakt van de diensten van een externe accountant (Z NV) aan de deskundigheid van wie zij niet behoefde te twijfelen. Tot slot stelt belanghebbende dat de boeten dienen te worden beperkt in verband met overschrijding van de redelijke termijn van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5dc0be4d4b63bd29b89c1f429d8f5c628a62eac6f0fce9570d592746d66aabbd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5dc0be4d4b63bd29b89c1f429d8f5c628a62eac6f0fce9570d592746d66aabbd, en de alinea staat in dat document op bytes 61259 tot 62026.