Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 15 oktober 2019
Onder 2.6 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 15 oktober 2019
Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 15 oktober 2019, ECLI:NL:OGHACMB:2019:257.
Anders dan het Gerecht, acht het Hof bij de huidige stand van zaken de verplichting om alsnog een huurovereenkomst aan te gaan geen gepaste manier om de schade te redresseren. Zo uit de verwikkelingen rond de nakoming van onderdeel 5.2. van het dictum al niet moet worden afgeleid dat bij beide partijen de werkelijke wil om met elkaar in zee te gaan ontbreekt, moet in elk geval worden geconstateerd dat de verhoudingen inmiddels dusdanig zijn verstoord en dat het zozeer ontbreekt aan het voor een langdurige samenwerking onontbeerlijke minimum aan wederzijds vertrouwen dat de veroordeling zoals het Gerecht die onder 5.2. heeft uitgesproken meer problemen zal creëren dan oplossen. In zoverre hebben de principale grieven 2 en 3 wel succes en zal het bestreden vonnis worden vernietigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7c8ec618b5980605108efa4bd9844fc540a7b674cd0bb10deb0087c4734a5ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7c8ec618b5980605108efa4bd9844fc540a7b674cd0bb10deb0087c4734a5ec, en de alinea staat in dat document op bytes 29407 tot 30212.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f7c8ec618b5980605108efa4bd9844fc540a7b674cd0bb10deb0087c4734a5ec | shasum -a 256