Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 30 april 2019

Onder 2.6 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 30 april 2019

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 30 april 2019, ECLI:NL:OGHACMB:2019:67.

Wel kan, zo volgt uit het door het Gerecht aangehaalde arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) van 25 oktober 2012 inzake ‘Folien Fischer’ (zaak C-133/11, ECLI:EU:C:2012:664, NJ 2013/80), als het gaat om een negatieve verklaring ten aanzien van een vordering uit onrechtmatige daad, een beroep worden gedaan, analogisch, op artikel 7 lid 2 van de Brussel I bis-Verordening dat van belang is voor de uitleg van artikel 98 Rv. De vraag is dan of Curaçao als “ Handlungsort ” en/of “ Erfolgsort ” van het onrechtmatig handelen kan worden beschouwd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebc53ce752e3b7a8a562f3adbc977c324ef93449db169dd1f85e7003b6adda6c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebc53ce752e3b7a8a562f3adbc977c324ef93449db169dd1f85e7003b6adda6c, en de alinea staat in dat document op bytes 62656 tot 63315.