Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 30 april 2019

Onder 2.8 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 30 april 2019

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 30 april 2019, ECLI:NL:OGHACMB:2019:67.

Anders ligt dat voor de claim die is gebaseerd op artikel 213 van de Insolvency Act. Die bepaling verschaft aan de Engelse rechter de bevoegdheid om in het kader van de afwikkeling van het faillissement van een Engelse vennootschap, op vordering van de liquidator, te verklaren dat de partij die welbewust heeft meegedaan aan bedrijfshandelingen van de gefailleerde vennootschap met het oogmerk “ to defraud creditors of the company or creditors of any other person or for any fraudulent purpose ”, verplicht is om bij te dragen in het faillissementstekort. Die bepaling heeft naar het Engelse recht waaraan zij ontspruit extraterritoriale werking, in die zin dat de verklaring ook tegen in het buitenland gevestigde partijen kan worden uitgesproken (zie: Supreme Court UK 22 april 2015 {2-15} UKSC 23 (Jetivia SA and another

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebc53ce752e3b7a8a562f3adbc977c324ef93449db169dd1f85e7003b6adda6c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebc53ce752e3b7a8a562f3adbc977c324ef93449db169dd1f85e7003b6adda6c, en de alinea staat in dat document op bytes 64453 tot 65329.