Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 30 april 2019

Onder 2.9 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 30 april 2019

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 30 april 2019, ECLI:NL:OGHACMB:2019:67.

Die bevoegdheid kan ook niet worden aangenomen op de grond dat artikel 6 lid 2 van de, in Curacao niet geldende, herschikte Insolventieverordening van de Europese Unie een insolventiefunctionaris de mogelijkheid biedt om, indien een rechtstreeks uit de procedure voortvloeiende vordering verband houdt met een andere, op algemeen burgerlijk recht of handelsrecht gebaseerde vordering, beide vorderingen bij de rechter van de woonplaats van de verweerder in te stellen als de insolventiefunctionaris instelling van de vordering bij die rechter doeltreffender acht. Daaruit volgt immers nog niet dat ook de eiser van een negatief declaratoir die keuze heeft of behoort te hebben, al aangenomen dat overigens aan de vereisten van het artikel is voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebc53ce752e3b7a8a562f3adbc977c324ef93449db169dd1f85e7003b6adda6c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebc53ce752e3b7a8a562f3adbc977c324ef93449db169dd1f85e7003b6adda6c, en de alinea staat in dat document op bytes 66281 tot 67044.