Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 30 april 2019
Onder 2.21 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 30 april 2019
Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 30 april 2019, ECLI:NL:OGHACMB:2019:67.
De door grief 7 aangehaalde bepaling betreft een regel van Engels (faillissements)procesrecht die er niet aan kan afdoen dat de Curaçaose rechter naar het hier te lande geldende internationaal privaatrecht bevoegd is om van de hiervoor bedoelde vordering van TWPS uit hoofde van onrechtmatige daad kennis te nemen. De leer van het forum non-conveniens, zo het Curaçaos recht die in AR (oproepings)-zaken (nog) kent, geeft geen aanleiding om gevolgen te verbinden aan de door Hunt c.s. gesignaleerde, maar door FCIB overtuigend betwiste, mogelijkheid dat het vonnis wegens het ontbreken van toestemming niet zal worden erkend. De grief mist daarom, ook op het beperkte gebied waarop zij nog van belang is, doel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebc53ce752e3b7a8a562f3adbc977c324ef93449db169dd1f85e7003b6adda6c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebc53ce752e3b7a8a562f3adbc977c324ef93449db169dd1f85e7003b6adda6c, en de alinea staat in dat document op bytes 75743 tot 76468.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ebc53ce752e3b7a8a562f3adbc977c324ef93449db169dd1f85e7003b6adda6c | shasum -a 256