Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 19 maart 2019
Onder 2.12. Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 19 maart 2019
Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 19 maart 2019, ECLI:NL:OGHACMB:2019:86.
Bij de inhoudelijke beoordeling van het beroep op immuniteit van executie wordt vooropgesteld dat het hierbij gaat om de onmiddellijke bestemming van de beoogde beslagobjecten. De uitleg van het begrip ‘bestemming’ als ‘uiteindelijke bestemming’ ligt niet in de rede, omdat opbrengsten van overheidseigendommen uiteindelijk altijd in de staatskas (behoren te) vloeien en aangewend kunnen worden voor overheidsdoeleinden die als ‘publiek’ kunnen worden beschouwd. In deze interpretatie zou de vreemde staat altijd immuniteit van executie genieten voor staatseigendommen die worden verkocht, wat de in r.o. 2.9 bedoelde uitzondering tot een dode letter zou maken. Dit kan niet de bedoeling zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/61f435d7b5bd2759c6f2594b1937ddd0476eb0d2b50873ad147f800c1f8e4cfe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 61f435d7b5bd2759c6f2594b1937ddd0476eb0d2b50873ad147f800c1f8e4cfe, en de alinea staat in dat document op bytes 14986 tot 15706.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/61f435d7b5bd2759c6f2594b1937ddd0476eb0d2b50873ad147f800c1f8e4cfe | shasum -a 256