Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 28 april 2020

Onder 3.6 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 28 april 2020

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 28 april 2020, ECLI:NL:OGHACMB:2020:107.

De vijfde grief heeft betrekking heeft op de immateriële schadevergoeding. Ook in hoger beroep heeft [appellante] haar stelling dat zij het gezichtsvermogen van haar linkeroog nagenoeg geheel is verloren, niet onderbouwd. De vergelijking met de door [appellante] aangehaalde gevallen uit de Smartengeldgids gaat niet op, reeds omdat in die gevallen wel een percentage van afname van het gezichtsvermogen bekend is. Op grond van een schatting van de afname van het gezichtsvermogen – zonder inzicht in de precieze ernst en omvang daarvan –, de geleden pijn, het ongemak wegens de oogheelkundige behandelingen en de ontsiering wegens de licht afwijkende stand van het oog zou het Hof tot een immateriële schade van € 10.000,- komen. In de stellingen van [geïntimeerde] in eerste aanleg en in hoger beroep ligt besloten dat hij een beroep doet op eigen schuld aan de zijde van [appellante]. Artikel 6:101 BW stelt de verdeling van de schade primair afhankelijk van de aan beide toe te rekenen causale bijdragen tot de schadeveroorzakende gebeurtenis, waarbij echter moet worden geabstraheerd van de mate van verwijtbaarheid van dat gedrag, die bij de in het slot van de bepaling voorziene billijkheidcorrectie wordt meegenomen. Het beroep op eigen schuld slaagt. Uit het Hofvonnis van 7 maart 2013 waarbij [geïntimeerde] is vrijgesproken van zware mishandeling en uit de onbetwiste gang van zaken beschreven in rov. 2.1 en 2.2 van het bestreden vonnis, blijkt namelijk dat [appellante] actief heeft deelgenomen aan het handgemeen voorafgaand aan het incident, door [geïntimeerde] tegen zijn hoofd te slaan. Door deze gang van zaken hebben partijen beiden over en weer inbreuk gemaakt op elkaars lichamelijke integriteit. Het handgemeen, dat uiteindelijk het oogletsel tot gevolg heeft gehad, is dus mede ontstaan door toedoen van [appellante] en daarom ook een omstandigheid die voor de helft aan haar is toe te rekenen. Op grond van het eerste in bedoeld artikel genoemd criterium zal het Hof de vergoedingsplicht daarom verminderen tot 50%. Vraagpunten omtrent eventuele “schuld” ten aanzien van het ontstaan van het handgemeen (en de schade) hebben bij deze causale verdeling van 50/50 geen rol gespeeld. Voor een billijkheidscorrectie ziet het Hof geen aanleiding, nog daargelaten dat daar ook geen beroep op is gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a844da6bce51c84e1cf593e97cfad0536bd6e730c3346974603b791005d0e6f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a844da6bce51c84e1cf593e97cfad0536bd6e730c3346974603b791005d0e6f7, en de alinea staat in dat document op bytes 15117 tot 17467.