Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 9 juni 2020

Onder 2.4. Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 9 juni 2020

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 9 juni 2020, ECLI:NL:OGHACMB:2020:149.

Het gaat in deze zaak dus om de vraag of WLW door verjaring eigenaar is geworden van een stuk overheidsgrond. Die vraag is met betrekking tot percelen op andere eilanden in het Caribische deel van het Koninkrijk der Nederlanden aan de orde geweest in zaken die hebben geleid tot eerdere uitspraken van het Hof (zoals de vonnissen kenbaar uit HR 24 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO2422 (Sint Eustatius), GHvJ 13 augustus 2013, ECLI:NL:OGHACMB:2013:19 (Curaçao), GHvJ 28 februari 2014, ECLI:NL:OGHACMB:2014:18 (Sint Maarten) en GHvJ 2 februari 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:31 (Saba)). Ook in dit geval zal het Hof in deze zin beslissen. Het Hof licht dit als volgt toe.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/259ffc90d26a34a1f98edeb1c3a717ebc6b33ba9c715a2f37d6820bf3a29d925. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 259ffc90d26a34a1f98edeb1c3a717ebc6b33ba9c715a2f37d6820bf3a29d925, en de alinea staat in dat document op bytes 8841 tot 9521.