Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 28 juli 2020

Onder 4.4. Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 28 juli 2020

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 28 juli 2020, ECLI:NL:OGHACMB:2020:189.

Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt dat het niet ter vrije bepaling van partijen staat of de belastingrechter dan wel de burgerlijke rechter van een geschil kan kennisnemen en dat uitsluitend de belastingrechter bevoegd is tot beoordeling van de juistheid van de opgelegde, mede op de tussen de belastingplichtige en de Inspecteur gesloten overeenkomst berustende, aanslagen. Het gesloten stelsel van rechtsbescherming in het belastingrecht biedt weliswaar niet de mogelijkheid bij de belastingrechter een verklaring voor recht te verkrijgen, maar het ontbreken van die mogelijkheid levert geen grond op voor aanvullende rechtsbescherming door de burgerlijke rechter. De belastingrechter kan immers zelf nagaan of een daaraan ten grondslag liggende overeenkomst met de belastingplichtige rechtsgeldig is en kan daarbij ook civielrechtelijke leerstukken betrekken (HR 16 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1103, r.o. 3.5 en 3.6, en HR 21 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU4548, r.o. 3.4.1 tot en met 3.6.2).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fac71bc747fc4326949ed90d82125f208402596912700ec947490c38d90017cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fac71bc747fc4326949ed90d82125f208402596912700ec947490c38d90017cf, en de alinea staat in dat document op bytes 12726 tot 13743.