Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 14 april 2020

Onder 3.8. Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 14 april 2020

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 14 april 2020, ECLI:NL:OGHACMB:2020:73.

Het gaat hier - bij het verzoek om erkenning en tenuitvoerlegging - om een veroordeling van [Appellante] om te betalen aan BNP. Deze veroordeling wordt voor de toepassing van het Verdrag, in het kader van de erkenning, geacht gezag van gewijsde te bezitten tussen hen (met eventuele uitbreiding ingevolge artikel I lid 5 Verdrag ten aanzien van ‘schuldenaar’ en ‘schuldeiser’ naar onder meer rechtsopvolgers). Zonder het Verdrag zou het gezag van gewijsde ontbreken of zou daaromtrent onzekerheid bestaan. Zie de Memorie van Toelichting bij de goedkeuring van het Verdrag (Tweede Kamer zitting 1967/1968-9471 [R631], p. 2):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3a3f31cffb7380bc6d629fdc94f2fb5e60776baa8599d809de739aa2d32d8fea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3a3f31cffb7380bc6d629fdc94f2fb5e60776baa8599d809de739aa2d32d8fea, en de alinea staat in dat document op bytes 28829 tot 29473.