Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 14 april 2020
Onder 3.13. Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 14 april 2020
Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 14 april 2020, ECLI:NL:OGHACMB:2020:73.
Wat betreft de stelling van [Appellante] ten aanzien van een ingesteld rechtsmiddel (beroepschrift, onder 3.8) geldt dat niet gesteld wordt dat [Appellante] een rechtsmiddel heeft ingesteld; zij zou slechts daartoe ‘gerechtigd en ook voornemens’ te zijn. Bovendien is het instellen van een rechtsmiddel geen beletsel voor erkenning en tenuitvoerlegging (artikel III lid 3 Verdrag ten aanzien van erkenning en artikel V lid 2 Verdrag ten aanzien van tenuitvoerlegging) en het Hof ziet geen aanleiding gebruik te maken zijn bevoegdheid om het verzoek te weigeren, de beslissing aan te houden of een voorziening te treffen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3a3f31cffb7380bc6d629fdc94f2fb5e60776baa8599d809de739aa2d32d8fea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3a3f31cffb7380bc6d629fdc94f2fb5e60776baa8599d809de739aa2d32d8fea, en de alinea staat in dat document op bytes 39096 tot 39733.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3a3f31cffb7380bc6d629fdc94f2fb5e60776baa8599d809de739aa2d32d8fea | shasum -a 256