Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 14 april 2020
Onder 3.27. Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 14 april 2020
Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 14 april 2020, ECLI:NL:OGHACMB:2020:73.
Het ‘Fourth Certificate’ is geen (afzonderlijk) vonnis waarvan erkenning en verlof tot ten uitvoerlegging diende te worden gevraagd. Het zou kunnen gelden als een ‘een door het oorspronkelijke gerecht verstrekt geschrift, vermeldende bijzonderheden van de procedure en een weergave van de gronden waarop de beslissing berustte’, bedoeld in artikel VII lid 2 letter b Verdrag. Dat het stuk niet bij het inleidend verzoekschrift was gedaan, maar in hoger beroep aan het verzoek is toegevoegd staat niet in de weg aan de ontvankelijkheid en de toewijsbaarheid van dat verzoek (vgl. artikel 986 lid 2 Rv). Dat het een en ander strijd met de openbare orde zou opleveren valt niet in te zien; zie hiervóór rov. 3.21. In Curaçao staat in beginsel altijd de mogelijkheid van een executiekort geding open.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3a3f31cffb7380bc6d629fdc94f2fb5e60776baa8599d809de739aa2d32d8fea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3a3f31cffb7380bc6d629fdc94f2fb5e60776baa8599d809de739aa2d32d8fea, en de alinea staat in dat document op bytes 50900 tot 51720.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3a3f31cffb7380bc6d629fdc94f2fb5e60776baa8599d809de739aa2d32d8fea | shasum -a 256