Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 7 mei 2021

Onder 3.9 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 7 mei 2021

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 7 mei 2021, ECLI:NL:OGHACMB:2021:131.

rechtshandeling dan wanneer die rechtshandeling in stand zou blijven. Relevant is dus wat schuldeisers zouden hebben ontvangen zonder de gewraakte rechtshandeling in vergelijking met de situatie dat de rechtshandeling in stand blijft. (vgl. HR 19 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3654 (Diepstraten/Gilhuis)). Ten derde moet er sprake zijn van wetenschap van benadeling, dat wil zeggen: wetenschap dat het faillissement met een redelijke mate van waarschijnlijkheid is te voorzien. Niet het benadelende karakter van de rechtshandeling als zodanig is onoorbaar. Het feit dat schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden worden benadeeld wanneer de rechtshandeling in stand zou blijven, rechtvaardigt de vernietigbaarheid van rechtshandelingen. De curator draagt in beginsel de bewijslast van feiten en omstandigheden die meebrengen dat voldaan is aan deze vereisten voor een geslaagde Actio Pauliana, te weten 1. onverplichte rechtshandeling; 2. benadeling van schuldeisers en 3. wetenschap van benadeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d55dbfacfce0557e02854e477034468aab7eb457115e648dcc49c8d368c24206. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d55dbfacfce0557e02854e477034468aab7eb457115e648dcc49c8d368c24206, en de alinea staat in dat document op bytes 24535 tot 25548.