Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 9 februari 2021

Onder 3.1 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 9 februari 2021

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 9 februari 2021, ECLI:NL:OGHACMB:2021:213.

D. In november 2017 heeft de gast [Naam 3] (hierna te noemen: [Naam 3]) een iPad (hierna: de iPad) als vermist opgegeven. [Naam 3] ging ervan uit dat de iPad was gestolen. Naar aanleiding van die vermissing is door het management van Divi een onderzoek ingesteld. Uit het gebruik van technische hulpmiddelen bleek dat de iPad op het resort van Divi aanwezig was. De security officer die de vermissing onderzocht, heeft navraag gedaan bij [Geïntimeerde] die op haar beurt bij de schoonmaakster van de kamer van [Naam 3] navraag heeft gedaan of zij de iPad had gezien. Het onderzoek heeft niet geleid tot de vondst van de iPad en teruggave aan [Naam 3]. Op achterkant van de iPad is de naam en de woonplaats van [Naam 3] ingegraveerd (verweerschrift in eerste aanleg, productie 6).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2c6d0bbb001a7da98edbd7fc253776e35835ea9f16839ce5eaf6a2cba57539e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2c6d0bbb001a7da98edbd7fc253776e35835ea9f16839ce5eaf6a2cba57539e, en de alinea staat in dat document op bytes 9719 tot 10513.