Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 6 augustus 2021
Onder 5.6. Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 6 augustus 2021
Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 6 augustus 2021, ECLI:NL:OGHACMB:2021:326.
Zoals uit de 5.2. tot en met 5.4. hiervoor weergegeven regelgeving volgt, is belanghebbende gedurende de periode van de tax-holiday belastingplichtig met betrekking tot haar winsten ook voor zover die zijn behaald met activiteiten als bedoeld in de LBIH, zij het dat daarop een verlaagd tarief van 2% werd toegepast, welk tarief in 2002 met terugwerkende kracht tot 1 januari 1986 verder is verlaagd naar 0%. Dit betekent dat de winsten van belanghebbende naar de toen ter tijd geldende bepalingen zouden worden belast naar een tarief van 2%. Anders dan belanghebbende stelt, was het naar de destijds geldende regeling voor daarvoor kwalificerende belastingplichtigen wel van belang dat er tijdens de periode van de tax-holiday een mogelijkheid bestond verliezen met winsten te compenseren en werd daarmee wel degelijk een doel gediend. Dat in 2002 met terugwerkende kracht tot 1 januari 1986 het uit hoofde van de LBIH verlaagde winstbelastingtarief van 2% verder werd verlaagd naar 0% maakt niet dat daarmee met terugwerkende kracht de grond aan de regeling van de verliescompensatie binnen de tax-holidayperiode wordt ontnomen. Dat – zoals belanghebbende nog heeft gesteld – noch de tekst van artikel 10 van de LWB noch de toelichting daarop en evenmin de LBIH expliciet vermelden dat de regels van de verliesverrekening ook binnen de periode van de tax-holiday toepassing vinden leidt evenmin tot de conclusie dat in die periode geen verliesverrekening plaats vindt. Immers is de hoofdregel van de verliescompensatie zoals opgenomen in het eerste lid van artikel 10 van de LWB, dat verliezen van een belastingplichtige op de in dat lid vermelde voorwaarden worden verrekend met latere winsten van die belastingplichtige. Het tweede lid van artikel 10 van de LWB bouwt verder op deze hoofdregel (“onverminderd het bepaalde in het eerste lid”), doch verlengt in de aldaar vermelde gevallen alleen de termijn van de verliesverrekening. Juist voor het geval dat de wetgever bij toepassing van de regeling van de LBIH van deze hoofdregel had willen afwijken had zulks uitdrukkelijk dienen te worden bepaald. De wetgever heeft dat niet gedaan, en ook uit de wetsgeschiedenis blijkt niet van de bedoeling van de wetgever om op dit punt van de hoofdregel af te willen wijken, zodat de conclusie niet anders kan zijn dan dat de wetgever ook op de resultaten behaald tijdens de tax-holidayperiode bij de hoofdregel van de verliescompensatie heeft willen aansluiten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f8797db9ea357fdf6890212cc5cb1149443342adca3ef71282da5bb0fae9419. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f8797db9ea357fdf6890212cc5cb1149443342adca3ef71282da5bb0fae9419, en de alinea staat in dat document op bytes 29575 tot 32059.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4f8797db9ea357fdf6890212cc5cb1149443342adca3ef71282da5bb0fae9419 | shasum -a 256