Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 10 maart 2021
Onder 5.8. Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 10 maart 2021
Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 10 maart 2021, ECLI:NL:OGHACMB:2021:85.
Indien en voor zover belanghebbende stelt dat er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn waarin het geschil is beslecht en daarbij verzoekt om een vergoeding van de immateriële schade merkt het Hof het volgende op. Het bezwaar is ingediend op 9 februari 2016. Alsdan heeft te gelden dat, hoewel de redelijke termijn (mogelijk) is overschreden, hieraan door het Hof nog geen gevolgen aan worden verbonden. Het Hof zal pas gevolgen verbinden aan overschrijding van de redelijke termijn in procedures waarin op of na 1 oktober 2018 een bezwaarschrift is ingediend (vgl. de uitspraak van dit Hof van 18 oktober 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:164). Dit betekent dat de Inspecteur niet zal worden veroordeeld tot betaling van een bedrag aan immateriële schadevergoeding aan belanghebbende.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44036583b70e8fbfaa827da5a7447821aa4821f21f92a18edaa983f2d916c2f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44036583b70e8fbfaa827da5a7447821aa4821f21f92a18edaa983f2d916c2f3, en de alinea staat in dat document op bytes 27199 tot 28012.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/44036583b70e8fbfaa827da5a7447821aa4821f21f92a18edaa983f2d916c2f3 | shasum -a 256