Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 10 maart 2021

Onder 5.10. Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 10 maart 2021

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 10 maart 2021, ECLI:NL:OGHACMB:2021:89.

Het Hof stelt vast dat in artikel 5, lid 1, van de LBBO voor wat betreft de plaats waar de bedrijfsomzet wordt gerealiseerd expliciet onderscheid wordt gemaakt tussen de ondernemer die in het heffingsgebied wordt geacht te zijn gevestigd en de ondernemer die met behulp van een vaste inrichting leveringen van goederen en diensten verricht. Naar het oordeel van het Hof sluit dit onderscheid uit dat de aanwezigheid van een vaste inrichting mede ‘is gevestigd’ als bedoeld in artikel 5, lid 1, van de LBBO, zou kunnen impliceren, zoals belanghebbende lijkt te veronderstellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb004db1b074b4d8d251bcaeaa94d008aea2afe6a33398e713d93f0cbeb53f5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb004db1b074b4d8d251bcaeaa94d008aea2afe6a33398e713d93f0cbeb53f5b, en de alinea staat in dat document op bytes 35264 tot 35993.