Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 10 maart 2021

Onder 5.17. Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 10 maart 2021

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 10 maart 2021, ECLI:NL:OGHACMB:2021:89.

Het Hof beantwoordt vraag II dan ook bevestigend. De conclusie (zie 5.16) dat DIS in 2012 niet in Sint Maarten was gevestigd, maar haar onderneming aldaar heeft gedreven met behulp van een vaste inrichting brengt mee dat de verschuldigdheid van de BBO terecht is verlegd naar belanghebbende (zie 5.14). Alsdan is aan belanghebbende terecht een naheffingsaanslag BBO opgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb004db1b074b4d8d251bcaeaa94d008aea2afe6a33398e713d93f0cbeb53f5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb004db1b074b4d8d251bcaeaa94d008aea2afe6a33398e713d93f0cbeb53f5b, en de alinea staat in dat document op bytes 41945 tot 42333.