Citaat | Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 14 september 2022

Alinea 25 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 14 september 2022

Een alinea uit Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 14 september 2022, ECLI:NL:OGHACMB:2022:115.

4. [ [verzoekster] betoogt dat de minister haar aanvraag ten onrechte heeft afgewezen. Daarover voert zij aan dat uit artikel 5 van de Lpv niet blijkt dat de aanvrager van de taxivergunning in het bezit moet zijn van een geldig rijbewijs. Dat blijkt ook niet uit artikel 12 omdat daar alleen staat dat de bestuurder van een motorrijtuig in het bezit moet zijn van een geldig rijbewijs. [verzoekster] is niet de bestuurder van de taxi omdat zij gebruik maakt van een hulpbestuurder. Daarnaast voert zij aan dat de minister gelet op artikel 14, tweede lid, van de Lpv heeft nagelaten om de commissies te horen over het intrekken van haar taxivergunning. Door de afwijzing van haar aanvraag heeft [verzoekster] niet langer een extra inkomen. Zij wil dat de minister de daardoor ontstane schade vergoedt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa02c102082b9e634ad16545cf0e06651ffd9a9e4771684e41235a4897cccf8e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa02c102082b9e634ad16545cf0e06651ffd9a9e4771684e41235a4897cccf8e, en de alinea staat in dat document op bytes 9185 tot 10069.